🌿Biografie van Meinthe Wisses, eigenerfde in Aengwirden (voor 1485- na 1545)



Meinthe Wisses (Menthie), geb. vóór 1480, eigenerfde boer in 1511 in Luinjeberd, kerkvoogd 1518 en waarschijnlijk vervener, † na 1545, zn. van Wisse en N.

Zijn kinderen bij een onbekende vrouw:



1. Sijtse Mentsies, † vóór 1619.

2. Gerben Meinthes (Gerbrand), geb. Aengwirden vóór 1525, Hij was boer en vervener en grietman van Aengwirden in de periode 1546 tot 1576, † Aengwirden vóór 1603, tr. vóór 1552 Katerijna Claasdtr, dr. van Claas.

3. Pieter Menthiesz, geb. vóór 1525, † na 1553.

4. Uilck Meijnthedtr, geb. vóór 1530, † na 1553, tr. vóór 1553 Lolcke Ryoerdts.

5. Sjouck Meijnthedtr, geb. vóór 1530, † na 1601, tr. 1e vóór 1553 Bonne Ydts; tr. 2e vóór 1601 Ate Feddes.

6. Anne Meinthes, geb. vóór 1535, † na 1602, tr. 1e vóór 1555 Teats; tr. 2e na 1555 Bauck Lolckesdtr.

7. mogelijk Bonne Meijnts, geb. vóór 1555, Secretaris van Schoterland vanaf 1582, Volmacht van Schoterland, † 1601, tr. vóór 1580 N.

Biografische gegevens van Meinthe Wisses eigenerfde in Aengwirden.

Jeugd en Afkomst (ca. 1480 - 1500)

Meinthe werd waarschijnlijk rond het jaar 1475 geboren in de buurtschap Luinjeberd in de grietenij Aengwirden, in het hart van het Friese laagveengebied. Hij was de zoon van Wisse, zelf een eigenerfde boer, en diens vrouw waarvan de naam helaas aan de geschiedenis is onttrokken. Hij groeide op in een wereld die was gevormd door eeuwen van veenontginning, een proces dat vanaf de 11e eeuw, mogelijk al door zijn voorouders, was begonnen vanaf de rivier de Boorn. Zijn jeugd werd doorgebracht tussen het werk op de familiale boerderij, het hoeden van vee op de gemeenschappelijke weiden, en het leren van de vaardigheden die nodig waren om het gemengde bedrijf – akkerbouw en veeteelt – in stand te houden op de vruchtbare, maar drassige kavels (roeden) bouw- en grasland.

Hij was niet enig kind zoals we hierboven hebben gezien. Uit de archiefstukken doemen de contouren op van een hechte familieclan. Hij lijkt minstens drie broers te hebben: Tiebbe, Joeke (Juka), en Wisse (Wisses), allen eveneens eigenerfden in Luinjeberd. Deze broers werkten nauw samen, deelden soms landerijen, en vormden zo een economische en sociale macht van betekenis in hun kleine gemeenschap.

Hoofd van een veenontginningsboerderij en Kerkvoogd (1500 - 1520)

Waarschijnlijk rond de eeuwwisseling werd Meinthe zelfstandig boer. In 1511 wordt hij in het Register van Aanbreng expliciet vermeld als "eigenerfde". Dit was een cruciale status. Het betekende dat hij eigenaar was van zijn land en bedrijf, en niet slechts pachter. Als eigenerfde had hij volledige rechten en een stem in de dorpsgemeente en de grietenij, het lokale bestuursorgaan dat gezamenlijk beslissingen nam over waterbeheer, veenontginning en het gebruik van gemeenschappelijke gronden.

Zijn bezit was aanzienlijk: 36 roeden bouw- en grasland maakte hem een welgestelde boer. Naast het traditionele boerenwerk, hield hij zich, zoals veel van zijn soortgenoten, waarschijnlijk ook bezig met vervening – het afgraven van veen voor brandstof. Dit was een lucratieve activiteit die in de 16e eeuw steeds belangrijker werd.

Zijn aanzien en betrouwbaarheid bleken niet lang daarna. In 1518 treffen we Meinthe aan als kerkvoogd van de dorpskerk van Luinjeberd, samen met Pier Sijbesz. In deze hoedanigheid was hij verantwoordelijk voor het beheer van de kerkelijke goederen en inkomsten. Een belangrijke daad was het sluiten van een concordaat met het klooster van Steenkerk, waarbij de rechten en plichten van het klooster en de dorpsgemeente betreffende de benoeming van de pastoor werden vastgelegd. Dit toont hem als een onderhandelaar, een man die kon omgaan met de geestelijke machthebbers van zijn tijd.

Familievader en naastligger (1520 - 1545)

Meinthe trouwde, maar de identiteit van zijn vrouw is onbekend. Samen kregen zij een groot gezin van minstens zeven kinderen: Sijtse, Gerben, Pieter, Uilck, Sjouck, Anne en mogelijk Bonne. Zijn zonen en dochters trouwden binnen hun eigen sociale laag, veelal met kinderen van andere eigenerfde families uit Aengwirden en omstreken, wat het familienetwerk verder verstevigde.

Zijn leven speelde zich af binnen de radius van zijn landerijen. In 1543 wordt hij genoemd als "naastligger" (buurman) van een stuk land in Luxwolde bij Langezwaag. Dit onderstreept zijn betrokkenheid bij de lokale gemeenschap en zijn uitgebreide bezittingen.

Ook op oudere leeftijd bleef Meinthe actief. In september 1545 duikt zijn naam op in de registers van het Hof van Friesland in een juridisch geschil. Enerzijds werd hij aangeklaagd door een zekere Lieuwe Wijtses uit Oldeboorn, en anderzijds trad hij zelf op "nom uxore" – namens zijn vrouw – in een zaak tegen dezelfde Lieuwe en diens compagnons. Dit toont een man die zijn rechten kende en niet terugdeinsde deze, desnoods voor het hoogste gerecht, te verdedigen. Het is de laatste keer dat we een levende vermelding van hem tegenkomen.

Erfenis en Nalatenschap

Meinthe Wissezoon stierf waarschijnlijk kort na 1545. Zijn erfenis was echter omvangrijk. Hij liet niet alleen land en bezit na, maar vooral een familie die uitgroeide tot de bestuurlijke elite van Aengwirden.

  • Zijn zoon Gerben Meinthes werd grietman (hoogste bestuurder en rechter) van Aengwirden van 1546 tot 1576.

  • Een andere (waarschijnlijke) zoon, Bonne Meijnts, werd secretaris van de grietenij Schoterland.

  • Zijn klein- en achterkleinkinderen zouden decennialang volmachten, grietmannen en andere vooraanstaande ambtenaren leveren.

Meinthe belichaamt de opkomst van de Friese eigenerfdenadel. Vanuit de beslotenheid van het veenontginningsdorp, via het beheer van kerkelijke goederen en het uitbreiden van hun landerijen, wisten deze families door te dringen tot het hart van het regionale bestuur. Meinthe was de patriarch die deze ladder van aanzien beklimmende familie haar startpunt gaf: een welvarende, gerespecteerde en ondernemende boer die zijn zaken goed voor elkaar had en zijn kinderen een toekomst van aanzien kon bieden.



Bronnen en toelichting.

Hij wordt genoemd als kerkvoogd in 1518:

Concordantie en schikking tussen heer Johannes, prior te Steenkercke en mater Eessche met de conventualen aldaar, bij raad en consent van heer Henricus, abt te Oldecloester, hun overste ter ene en de voogden Pyer Sybesz., en Mente Wisses met de gemene gemeente des dorps Lunebert ter andere zijde, waarbij is bepaald: dat het klooster aan de gemeente zal geven een uitschrift, voortijds gemaakt tussen dat klooster en de commandeur te Ness, ondertekend door twee goede mannen (zie ’t vorige stuk inv. nr. 1); dat de prior van het klooster altijd de pastoor der voors. gemeente zal wezen, of een ander goed man in zijn stede etc [71 Grietenij bestuur Aengwirden inv nr 33]

Deze akte uit 1518 waar Pier Sijbes en Mente Wisses voogden van de gemeente des dorps Lunebert worden genoemd leggen we naast het "register van aanbreng Einjewier 1511" dat dus 7 jaar eerder in 1511 is opgemaakt. Dit geeft de volgende interessante informatie over de genoemde voogden.

  • Op nr 17 vinden we als huurder Tiebbe Wisse: Isbrant Kempes lant, 9 roeden bou ende graslant, lantheren dat convent van Hasscha, 9 roeden bou ende graslant 9 stuvers van Haije Folpertzn Tjiebbe Wissezoon

  • Op nr 38 woonde Menthie Wisses (in de enige overgebleven copie van het register van aanbreng van Aengwirden is dit blijkbaar vertaald als ’Betthie Wisses’, zie toelichting bij de naam), eigenaar van 26 roeden bouw ende gras, Tjebbe van 8 roeden, Juka ende Wisse 8 roeden.. voor de pastoor xliij (43) stuivers....

  • Op nr 47, Tiebbe Wisses ende Mentie hebben 7 roeden bouw ende gras, hieruit de pastoor 7 stuivers.

  • Op nr. 53 vinden we de andere kerkvoogd Pier Sijbes als eigenaar van 24 roeden bouwland en gras

  • Op nr 70, onder Tjalleberd, Tjiebbe Wisses zelf met Meintien 24 roeden bouw ende gras

Toelichting bij de naam uit het register van aanbreng:

In het oude schrift kunnen de hoofdletters B en M als ze slordig zijn geschreven, gemakkelijk verwisseld worden. De B bestaat uit 3 lussen waarvan de eerste horizontaal en de anderen verticaal worden geschreven.
De M bestaat ook uit 3 lussen die allemaal horizontaal worden geschreven.
Het onderscheid zit in de aanzet en vooral in de afronding van de letters, die bij de B naar binnen en bij de M naar buiten is geschreven.
Het lijkt in het register van aanbreng om Meinthe Wisses met 3 broers te gaan, Tiebbe Wisses, waarschijnlijk Joeke Wisses en Wisses Wisses die als eigenerfde boeren in Luinjebert woonden.

In 1543 wordt Meinthe Wisses genoemd als naastligger van land in Luxwolde onder Langezwaag:

Item hier thoe heefft die voorschreven vicarie thien math hoylandts in Luxwolde (f. 25v) buyten den Wech, op de noorderzijde Jets Ottis ende op die suijderzijde Meynthe Wisses. [De Beneficiaalboeken van Friesland, 1543 uitgegeven door P.L.G. van der Meer en J.A. Mol]

In de Quaclappen wordt hij in Sept 1545 genoemd zonder inhoudelijke informatie over de zaak die hij met Lieuwe Wijtses uit Oldeboorn heeft:
Vermeld Lijeuwe Wijttijs te Bo[o]rn appelant contra Meinte Wisses, T hoff wijst partijen in ...
en
1545 Meinte Wisses nom uxore [namens zijn vrouw] contra Luewe Wijtthijs cum socijs, T hof condemneert die voorsnoemde gedaagden zoo veel sij hebbende?? Sij haren name te gedogen dan impetrant?? so sij??daar questie om is.. oft tot sijne ??gebruicken en condemneert voorts deselven ??in de ??van dese processe tot ??/em> [archiefnummer14, Hof van Friesland - Tresoar, inventarisnummer 16689, bladen 365 en 219]




Laat me weten wat je van deze biografie vindt.