Op het eerste gezicht lijken een aantal dingen in de genealogisch gegevens rond deze familie problematisch, niet logisch en werpen ze op zijn minst vragen op. Zoals, hoe kon Sijtse Egberts van der Molen in 1760 trouwen met een welgestelde domineesdochter? Waar kwam zijn vader Egbert Sijtses vandaan? Hoe kwamen ze aan de achternaam Van der Molen of Van der Meulen?
Als we naar de details kijken worden een aantal van deze vragen beantwoord.
In de 18e eeuw, was het gebruikelijk om een partner te zoeken binnen dezelfde sociale klasse. Op het eerste gezicht is hier bij het huwelijk tussen de dominees dochter Jeltje van der Leij en de molenaarszoon Sijtse Egberts, geen sprake van. Laten we naar de details kijken. Sijtse Egberts is gedoopt op 31 oktober 1734 in Steenwijkerwold. Hij trouwde op 4 mei 1760 in Wolvega met Jeltje van der Leij.
Jeltje is gedoopt op 29 juni 1727 in Goƫnga. De vader van Jeltje was dominee in Goƫnga tot zijn overlijden in november 1727. De moeder van Jeltje was Froukje Wigeri van Wolvega en daarmee was de grootmoeder van Jeltje niemand minder dan Neeltje Boelens uit Beetsterzwaag. Toen de vader van Jeltje overleed in 1727 was Jeltje de jongste van de 7 kinderen en nog geen jaar oud. De oudste was 11 jaar.
Sijtse Egberts is een gewone jongen en Jeltje van der Leij een dochter van een dominee die in de familie Wigeri welgestelde schoonouders had. Hoe kwamen die twee tot een huwelijk? Misschien was het wel niet helemaal toevallig dat die twee elkaar ontmoeten. Er is een link tussen beiden en er zijn omstandigheden die dit meer begrijpelijk maken. Die link is Beetsterzwaag in Opsterland.
De vader van Sijtse Egberts, Egbert Sijtses, is geboren in Beetsterzwaag en gedoopt op 09 juli 1699.
Hij was een zoon van Sijtse Sickes de molenaar van de Oostermolen die getrouwd was met Antje Sijtses en in Beetsterzwaag 5 kinderen liet dopen:
Jochem gedoopt 5 dec. 1697,
Egbert gedoopt 9 juli 1699,
Romkje gedoopt 6 mei 1702.
Fen gedoopt 26 juni 1704,
Sicke gedoopt 26 sept. 1706.
Terug naar het onderwerp, de sociale klasse.
De vraag is of het klasse verschil tussen een molaar en een dominee een belemmering zou zijn voor dit huwelijk.
In dit geval zijn er ook omstandigheden aan te wijzen die van invloed kunnen zijn geweest. Tijdens het huwelijk was Jeltje de 30 al gepasseerd. De beide families hadden de wortels in Opsterland meer precies in Beetsterzwaag en Lippenhuizen en moeten elkaar goed gekend hebben. De grootmoeder van Jeltje van der Leij stamde af van een eigenerfde familie van grietmannen en secretarissen van Opsterland. De grootvader van Egbert, de molenaar van Lippenhuizen kwam ook uit een grietmansgeslacht, zowel zijn grootvader Jochem Gerbens als zijn overgrootvader Gerbren Meinthes waren grietmannen van Aengwirden. Over deze familie gaat het boek
"Grietmannen van de Zevenwouden".
Hoe weten we dat Egbert uit Beetsterzwaag kwam? De laatste zoon van Sijtse Sickes, Sicke, was de sleutel naar de familie in Beetsterzwaag. Hij liet namelijk in 1728 een kind dopen in Steenwijkerwold.
āDen 11 Januaris is gedoopt die zoon van Sicke Mulder en Antien Zijtses en is genaamd Zijtsse die vader tot getuige daarvanā.
Wat opvalt is dat Sicke hier genoemd wordt met Antje Sijtses. Hij kan toevallig een meisje met dezelfde naam als zijn moeder zijn getrouwd. Het kan ook zijn dat het op een vergissing berust en dat zijn moeder bij de doop aanwezig was. Dit speelde zich af, een jaar voordat Egbert trouwde met Maria Haver. Deze afkomst uit een al ouder molenaars geslacht verklaart meteen ook waarom alle 8 terug gevonden kinderen van Egbert Sijtses en Maria Harmens zich Van der Molen (6x) en Van der Meulen (2x) hebben genoemd. De oudtse, Neijtske (1730) hebben we niet teruggevonden. Antje (1741) is waarschijnlijk vroeg overleden waarna er weer een Antje werd vernoemd in 1741.
De link tussen Beetsterzwaag en Steenwijkerwold begint mogelijk al eerder met de vorige molenaar van de molen in Steenwijkerwold, Pier Annes. Gelet op de naam zou het mij niet verbazen als Pier Annes uit het zuiden van Friesland kwam waar o.a een Pier Annes eigenaar en molenaar was van de Rotstermolen vanaf 1602 [SCO009-74]. Maar dat terzijde.
Deze Pier Annes was weduwnaar en trouwde in 1705 met Petertje Hinckes, weduwe van Brucht Jelckes die in leven molenaar van Oldetrijne was. Een zoon van Petertje en Brucht was Jelke Bruchts, die molenaar was in Oldemarkt. Deze Jelke laat in 1727 in Steenwijkerwold een zoon Harmen dopen.
Nog een ander belangrijk punt is dat de vader van Brucht Jelkes de molenaar van Oldetrijne, die niet toevallig Jelcke Bruchts heet, tenminste in jan 1669 in Lippenhuizen woonde [OPS117-129]. Juist, daar waar ook de grootvader van Egbert Sijtses woonde, de molenaar Sicke Sijtses.
Daarmee lijkt de cirkel rond en kunnen we een aardige samenvatting maken.
Vanaf zeker ca. 1700 is Pier Annes molenaar in Steenwijkerwold. Uit zijn eerste huwelijk zijn geen kinderen geregistreerd in het doopboek van Steenwijkerwold. Als zijn 1e vrouw overlijdt hertrouwd hij met Pietertje Hinkes, de moeder van Jelcke Bruchts. Jelke, die molenaar is in Oldemarkt neemt waarschijnlijk omstreeks 1727 het bedrijf waar, waarna Egbert Sijtses tussen 1727 en 1730 het bedrijf overneemt, geholpen door zijn broer Sicke, waarna Jelke weer naar Oldemarkt vertrekt waar hij later weer als molenaar werkzaam is.
De families Van der Molen, Van der Leij, Wigeri, Boelens en Lijcklama in een grafisch overzicht.
Voor deze website zijn o.a. de volgende bronnen gebruik:
- De burgerlijke stand van de betreffende gemeentes.
- De Doop-trouw en begraafregisters van de betreffende kerkelijke gemeentes en grietenijen.
- De Nedergerechten, dit zijn de lokale rechtbanken van de oude grietenijen.
- Het archief van de Schoterlandse veencompagnons (DCF)
- Quaclappen
- De Friese huizen van de Duitse orde J.A. Mol
- De beneficiaalboeken van Friesland 1543
- Cohieren der stemmen van de betreffende grietenijen
- Register van Oanbring 1511 Aenwert
- Friesland in hervormingstijd, Woltjer
- Schotanus atlas van Friesland
- Grietmannen van de Zevenwouden
De ouders van Gustavus Franciskus van Der Leij zijn Johannes van der Leij en Johanne de Soet. Zij woonden in Leeuwarden waar ze een wijnhuis hadden met een gevelbord met de naam "De Toren van Babel". Dit zat oorspronkelijk in het pand Nieuwestad noordzijde 117.
In 1698 waren ze eigenaar van boerderijen met stem 15 en 16 in Hijlaard en voor een deel van stem 3 in Huins.
De wed. van Johannes procedeerde in 1722 tegen Anna Catherina Wassenaar gehuwd in 1712 te Marsum met Hyronimus Willems van der Ley (ook wijnhandelaar). Het echtpaar trouwde rond 1680 en ze kregen 10 kinderen. Johannes was een zoon van Jurjen (Juriaen Georg) van der Leij advokaat in Dantumadeel en Sjoerdje Reins van Rheen. De grootvader van Gustavus Franciskus was niemand minder dan Jan Hendrik Jarichs van der Leij, zie tekening hier boven. Hij kreeg voor zijn wiskundige verdiensten voor de zeevaart voor zichzelf, zijn kinderen en zijn kindskinderen een jaargeld van 1200 Caroli gulden. Hij schreef "Het guldhen zeeghel des grooten Zeevaerts", gedrukt in 1616 in Leeuwarden door Adr. v.d. Rade. Het ging om het uitvinden van een verbeterde methode om de lengte en breedte graden op zee te meten.
Froukje Wigeri werd weduwe toen Jeltje nog geen jaar oud was. Na de dood van haar man in 1727 bleef ze tot 1731 in Goƫnga. In datzelfde jaar op 12 december werd ze kerkelijk overgeschreven naar Sneek "ingekomen van Goƫnga Froukje Wigeri wed. van G.F. van der Leij predikant".
Ze was waarschijnlijk niet financieel afhankelijk van iemand. In 1728 was ze samen met haar zuster Hiltje, die getrouwd was met Ds. Johannes Edema, voor 11/12e eigenaar van een boerderij in Sonnega met stemrecht nr.7. Daarnaast had ze inkomen uit de boerderij Oldelamer 51, ook voor de helft met haar zuster Hiltje. De familie van haar vaderskant en haar moederskant waren welgesteld. Zo nodig zullen die dus ook bijgesprongen hebben. Een voogdijschap heb ik niet teruggevonden. In 1749 staat ze geregistreerd in de belastingkohieren onder Wolvega met 6 volwassenen en 1 kind en werd ze aangeslagen voor 126,9 gulden "hebbende boerkerie, goed reeuw en beslag". Professor Elias Wigeri Procureur Generaal bij het hof van Friesland, zie afbeelding hierboven, was een volle neef van Jeltje van der Leij.
Heb je vragen of opmerkingen laat dan svp een bericht achter via het contactformulier.