Sijtse Egberts van der Molen, geb. Steenwijkerwold, ged. Steenwijkerwold 31 okt. 1734, boer, huisman, † Sonnega 3 aug. 1826, zn. van Egbert Sijtses en Maria Harmens Haver, tr. Wolvega 4 mei 1760 Jeltje van der Ley, geb. Goinga, ged. Goinga 29 juni 1727, huisvr, † Sonnega 5 juni 1807, dr. van Gustavus Franciscus en Vroukje Wigeri.
Uit dit huwelijk:
Jeugd en afkomst
Sijtse Egberts werd geboren in Steenwijkerwold en op 31 oktober 1734 daar gedoopt. Hij groeide op als zoon van Egbert Sijtses en Maria Harmens Haver. Zijn grootvader was molenaar, en uit die herkomst verklaart zich later de familienaam Van der Molen.
Het gezin waarin Sijtse opgroeide was groot – hij had negen broers en zussen – en kende geen overvloed. Als molenaarszoon kreeg hij waarschijnlijk een jeugd zonder luxe, met vanaf jonge leeftijd werkplicht in en rond de molen of bij boeren in de omgeving. In een tijd waarin kinderen vaak al voor hun tiende jaar meewerkten, moet Sijtse de waarde van hard werken en soberheid van huis uit hebben meegekregen.
Huwelijk en eerste jaren
Op 4 mei 1760 trouwde Sijtse in Wolvega met Jeltje van der Ley, afkomstig uit Goënga bij Sneek. Zij bracht een andere achtergrond mee: dochter van Ds. Gustavus Franciscus van der Leij en Vroukje Wigeri, uit een familie die meer welstand kende.
De eerste jaren van hun huwelijk woonden Sijtse en Jeltje in Steenwijkerwold, waar in 1761 hun eerste kind, Frans, werd geboren. In 1764 stond Sijtse er geregistreerd voor het betalen van belasting voor vier personen: hijzelf, zijn vrouw en twee kinderen. Kort daarna verhuisde het gezin: in 1766 deed Sijtse belijdenis en vertrokken ze naar Oldemarkt, vervolgens naar Ossenzijl, waar in 1769 dochter Froukje werd geboren.
Het beeld is dat van een jong echtpaar dat nog zoekende was naar een vaste plek, pacht en bestaanszekerheid.
Erfenis en doorbraak
Het grote keerpunt in hun leven kwam in 1774, toen Jeltje een erfenis van 8.400 gulden ontving bij het overlijden van haar moeder. Dit was een ongewoon groot bedrag: voor die tijd genoeg om meerdere boerderijen te kopen of een leven lang zonder armoede te leven.
Met dit geld kochten Sijtse en Jeltje een boerderij in Sonnega voor 3.100 gulden. Daarmee maakten zij de sprong van eenvoudige pachtboeren naar eigenerfde boeren, met stemrecht in het dorpsbestuur. Dit betekende niet alleen financiële zekerheid, maar ook aanzien en invloed in de gemeenschap.
In 1789 verkochten ze de eerste boerderij en kochten in Sonnega de stemmen 32 en 33. Hun oudste zoon Frans ging hier boeren, terwijl Sijtse en Jeltje zelf gingen wonen op stem 28, samen met de helft van stem 29. Rond 1800 werd Sijtse opgevolgd door zijn zoon Johannes, die de boerderij voortzette.
Ouderdom en overlijden
Jeltje overleed in 1807, waarna Sijtse nog bijna twintig jaar weduwnaar bleef. Hij was getuige van het overlijden van zijn oudste zoon Frans in 1822, maar zag ook hoe zijn andere kinderen boerderijen in Weststellingwerf in bezit namen en het geslacht Van der Molen stevig vestigden.
Op 3 augustus 1826 stierf Sijtse in Sonnega, 91 jaar oud, als rentenier – iemand die zijn land en bedrijf aan de kinderen had overgedragen en zelf leefde van de inkomsten. De man die geboren was als molenaarszoon zonder vooruitzicht eindigde zijn leven als welgesteld boer, met een omvangrijke erfenis en maar liefst 28 kleinkinderen.
Betekenis
Met Sijtse Egberts voltrok zich in één generatie een sociale stijging:
van molenaarszoon tot eigenerfde boer,
van een onzekere jeugd met veel verhuizingen naar een oude dag als rentenier,
en van een naamloos patroniem naar een vaste familienaam die tot op de dag van vandaag voortleeft.
Zijn leven vormt de basis van de familie Van der Molen zoals die zich in de 19e eeuw verspreidde over Sonnega, Oldetrijne en omgeving.
Laat me weten wat je van deze biografie vind.