Sijtse Jochems [Joachims], geb. Aengwirden vóór 1580, hij woonde in 1607 in Gersloot was later herbergier en vervener op 16 Roeden onder Tjalleberd., † Aengwirden tussen feb. 1642 en mei 1643, zn. van Jochem Gerbens [Joachim Gerbrandts] en Sijts Tiebbes,
tr. 1e vóór 1622 Saep Wobbes, geb. vóór 1585, † Aengwirden vóór 1632, dr. van Wobbe Wisses en Goijts Euckedtr;
tr. 2e na 1632 Hil Folckerts, † vóór 1642.
Uit het eerste huwelijk:
Uit het tweede huwelijk:
Afkomst en jeugd.
Sijtse Jochems werd vóór 1580 geboren als zoon van Jochem Gerbens (Joachim Gerbrandts), grietman van Aengwirden, en Sijts Tiebbes. Zijn ouders woonden in Gersloot, waar ook Sijtse waarschijnlijk opgroeide. Gersloot was in die tijd een klein boerendorp binnen de grietenij Aengwirden, waar landbouw, turfwinning en kleinschalige handel nauw met elkaar verweven waren. Al vroeg kwam Sijtse in aanraking met de netwerken van landtransacties, pachten en vervening waarin zijn familie een rol speelde.
Leven en werk
In 1607 wordt Sijtse vermeld als inwoner van Gersloot. Later vestigde hij zich in Tjalleberd, waar hij actief was als herbergier en vervener. Zijn herberg vervulde vermoedelijk niet alleen een sociale functie voor dorp en reizigers, maar ook een economische en bestuurlijke: hier werden pachtcontracten en koopakten opgesteld en vonden handelingen rond turf en land plaats.
Daarnaast bezat Sijtse gronden op de 16 Roeden onder Tjalleberd, een belangrijk centrum van de vervening. Daarmee maakte hij deel uit van de kring van lokale ondernemers die turfwinning gebruikten om hun positie te versterken. Turf was in deze tijd de voornaamste brandstof in Friesland, niet alleen voor huishoudens, maar ook voor ambachten en vooral de bierbrouwerij.
Turf, bier en herbergen
De combinatie van herberg en vervening was geen toeval. Voor het brouwen van bier waren enorme hoeveelheden turf nodig. Zowel Sijtse als zijn broer Haije Jochems bezaten een herberg, naast hun verveningsactiviteiten. Zo konden zij zowel de energiebron leveren als het eindproduct – bier – aanbieden in hun eigen herbergen. Het netwerk werd in de volgende generatie nog versterkt: Tiebbe Haijes, zoon van Haije, hield eveneens een herberg, terwijl een dochter van de familie trouwde met een brouwer. Dit wijst op een bewuste economische strategie, waarbij de familie de hele keten van turf tot bierverkoop in handen probeerde te krijgen.
Huwelijk en gezin.
Sijtse trouwde tweemaal:
vóór 1622 met Saep Wobbes, dochter van Wobbe Wisses en Goijts Euckedr. Zij overleed vóór 1632;
na 1632 met Hil Folckerts, die vóór 1642 overleed.
Uit deze huwelijken werden in totaal negen kinderen geboren, die zich verspreiden over de dorpen Gersloot, Tjalleberd, Lippenhuizen, Terwispel en Noorderdrachten. Zij werden boeren, molenaars, verveners en ambachtslieden, en zetten daarmee de maatschappelijke positie van hun vader voort.
Overlijden.
Sijtse Jochems overleed vóór mei 1643 in Aengwirden. Zijn nageslacht bleef nog generaties lang een rol spelen in de turfwinning, landbouw en ambachten van Zuidoost-Friesland, waarbij vooral het beroep molenaar kenmerkend werd.
Betekenis
Met Sijtse Jochems zien we de overgang van de grietmansfamilie naar een brede tak van boeren, molenaars, verveners en ambachtslieden in de Friese dorpen. Zijn nageslacht vestigde zich vooral in Aengwirden, Tjalleberd, Gersloot, Lippenhuizen en Terwispel, en vervulde daar een belangrijke rol in het lokale economische leven.
Laat me weten wat je van deze biografie vind.