Sicke Sijtses, geb. Aengwirden 1639, molenaar en boer in Lippenhuizen aan de buitenweg, † Lippenhuizen 1706, zn. van Sijtse Jochems [Joachims] en Hil Folckerts, tr. Lippenhuizen vóór 1670 Sytske Lieuwes, geb. na 1638, † Lippenhuizen vóór 1706, dr. van Lieuwe Sytses en Grietje Jacobs en wed. van Jelcke Geuckes.
Uit dit huwelijk:
Afkomst en jeugd
Sicke Sijtses is geboren in 1639. Op jonge leeftijd verloor hij zijn beide ouders. Als wees is hij waarschijnlijk opgegroeid bij zijn halfbroers en voogden Jelger en of Andries Sijtses, waarvan hij ook het molenaarsvak leerde. Via Andries Sijtses is hij mogelijk in Lippenhuizen terecht gekomen waar hij voor 1670 trouwde met Sijtske Lieuwes, die weduwe was van Jelcke Geuckes en twee kleine kinderen had.
In 1670 is hij curator over de boedel van Jacob Jans een halfbroer van Sijtske Lieuwes, die molenaar is in Lippenhuizen. Uit de afrekening hiervan blijkt dat hij een deel van de molen in eigendom heeft en een ander deel was van zijn schoonmoeder Griet Jacobs, de moeder van Sijtske Lieuwes en Jacob Jans. Er zijn verschillende aktes die betrekking hebben op zowel huur als verhuur van een deel van de molen van Lippenhuizen. Na verloop van tijd is hij volledig eigenaar van de molen. Naast het werk als molenaar hield hij zich bezig met vervening getuige de aankoop van een perceel veen in 1677. Hij wordt genoemd als molenaar, boer en huisman.
Er is in de loop van de tijd sprake van verschillende voogdijschappen:
Hij is voogd over de kinderen van zijn broer Jan Sijtses,
over de kinderen van Sjoerdje Jelgers en
stond op de nominatie voor de kinderen van Wisse Wobbes en Tietske Oenes.
In 1704 wordt zijn authoriteit nog eens bevestigd door zijn verklaring voor het gerecht over de staat van de veenen.
Hij is 65 jaar en hij verklaart:
"dat de veenen grooter hoger en dieper zijn en de turf en ’t veen oock beeter als meerdere swarte klijnen in hebbende als die van Ureterp maar dat daar teegens de Gorredijckster vaart in lange jaaren niet opgeleijt is en door sulcks weinigh turf graverijen aldaar in swangh hebben konnen gaan." [Ald Arch OPS Compagnons 362B en Opsterland van S.J. van der Molen pag 175].
Overlijden en nalatenschap.
Bij zijn overlijden in 1705, of voor juli 1706 was hij rond de 67 jaar.
Hij overleefde zijn dochter Romkje. Zijn drie zonen werden alle drie molenaar.
Zijn materiele erfenis werd verdeeld en vastgelegd in deze akte:
"Sijtse Sickes, molenaar in Beetsterzwaag, Folckert Sickes, mr. gortmaker te Lippenhuizen, Jacob Sickes, voor hem zelf en als curator samen met Claas Clasen uit Nieuwehorne curator over de twee wezen van Romck Sickes en Uylcke Annes die tesamen erfgenamen zijn van Sicke Sijtses in leven molenaar te Lippenhuizen en Sijts Lieuwes, echtelieden. Jacob Sickes zal in eigendom krijgen de halve huisinge en de molen in Lippenhuizen. Ongescheiden blijft 2/3 van een perceel landerijen tot Terwispel waarvan Sioert Pijters het resterende derde toe behoort".
Zijn immateriele ervenis is, dat hij als molenaar de basis legde voor talrijke nazaten die de naam Van der Molen of Van der Meulen dragen.
Sicke Sijtses zoon van Sijtse Jochems
Direct bewijs dat Sicke Sijtses, molenaar te Lippenhuizen, een zoon was van Sijtse Jochems ontbreekt in de bewaard gebleven bronnen van Aengwirden, Opsterland en Schoterland. Toch kan op grond van een reeks consistente aanwijzingen met grote waarschijnlijkheid deze afstamming worden aangenomen.
1. Weesvoogdij en familiebanden
Na het overlijden van Sijtse Jochems vóór 1642 werden voor zijn minderjarige kinderen voogden benoemd. Deze voogden waren Jelger Sijtses en Andries Sijtses beiden molenaar en zonen uit het eerste huwelijk van Sijtse Jochems en dus halfbroers van de wezen.
Onder deze wezen moet Sicke Sijtses zijn gerekend, aangezien hij in 1639 werd geboren en dus bij het overlijden van zijn vader nog minderjarig was.
2. Verband met de molen in Lippenhuizen.
Een taak van de voogden was het toezicht houden dat de kinderen "cost en cledinge" hadden en een beroep leerden. De beide voogden waren molenaar, de kans dat een wees als molenaar eindigde was dus groot.
3. Andries Sijtses, voogd en halfbroer, was meerdere keren huurder van de molen te Lippenhuizen. In de daaropvolgende generatie wordt Sicke Sijtses daar eveneens molenaar. Eerst deels, later volledig eigenaar van de molen voor de rest van zijn leven. Dit duidt op een directe continuïteit in familiebanden en bedrijfsoverdracht, zoals in die tijd gebruikelijk was.
4. Netwerken van voogdij en verwantschap
In 1697 leende Sijtse Sickes, zoon van Sicke Sijtses, geld van Sjoerdje Jelgers, dochter van voogd Jelger Sijtses. Daarnaast werd Sicke Sijtses zelf aangesteld als voogd over de kinderen van Sjoerdje Jelgers bij Jan Pieters, eveneens molenaar.
5. Sicke's nominatie voor het voogdijschap over de wezen van Tiets Oenes wed. van wijlen Wisse Wobbes. Wisse Wobbes was een oom, een broer van Saap Wobbes de eerste vrouw van Sijtse Jochems.
Deze wederkerige voogdijrelaties tussen de families bevestigen nauwe verwantschap en wederzijds vertrouwen, typerend voor bloedverwanten.
6. Vernoemingspatroon
Onder de vier kinderen van Sicke Sijtses bevindt zich een zoon Folckert. Deze naam wijst zeer waarschijnlijk op een vernoeming naar Hiltje Folckerts, de tweede echtgenote van Sijtse Jochems en de veronderstelde moeder van Sicke. Dit vernoemingspatroon vormt een extra aanwijzing voor de afstamming.
7. Samenhangende aanwijzingen
De chronologie klopt: Sijtse Jochems overleed vóór 1642, toen Sicke nog minderjarig was.
De voogdij lag volledig bij de broers Jelger en Andries Sijtses, die in functie en woonplaats nauw verbonden waren met de latere activiteiten van Sicke.
De hypotheekakte van 1697, toont blijvende verwevenheid van de kinderen van Sicke met de lijn van Jelger Sijtses.
De vernoeming van een zoon Folckert versterkt de aanwijzing dat de moeder van Sicke Hiltje Folckerts was.
De sociale context – molen, vervening en voogdijschappen – vertoont een consistent patroon van overdracht binnen dezelfde familiekring.
Conclusie
Hoewel een expliciet doopbewijs of testament ontbreekt, kan op grond van deze samenhangende en elkaar versterkende aanwijzingen met hoge mate van waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat Sicke Sijtses (1639–1706), molenaar te Lippenhuizen, een zoon was van Sijtse Jochems († tussen feb. 1642 en mei 1643) en diens tweede echtgenote Hiltje Folckerts.
Laat me weten wat je van deze biografie vind.