Overleden tijdens dwangarbeid in WO2 in Schnuttenbach

Tijdens de periode van dwangarbeid in Duitsland, tussen de aankomst van de trein van Amersfoort naar Augsburg op 23 juni 1944 en pakweg 10 maanden daarna, zijn er in kamp Schnuttenbach tenminste 5 personen overleden.



Wie waren dit en wat waren de oorzaken?


Er is algemeen bekend dat de door de Duitsers opgegeven doodsoorzaken erg onbetrouwbaar zijn. Dit wordt geïllustreerd door de gegevens van Everardus Reijerse die volgens drie verschillende oorlogsbronnen aan drie verschillende oorzaken is overleden. Je hoeft geen arts te zijn om een aantal algemene oorzaken aan te wijzen die zeker een rol hebben gespeeld. De eerste is de hygiënische omstandigheden in het kamp. Deze waren ronduit slecht.



Hierdoor brak er bijvoorbeeld tyfus uit. Ondervoeding door te weinig en slechte voeding speelde ook een rol. Daarnaast was er de stress en onzekerheid. Allemaal factoren die bijdroegen aan het verlagen van de afweer.
Een uitzondering hierop is Johannes van Prooijen. Dat Johannes van Prooijen in Krumbach is overleden roept vragen op evenals zijn doodsoorzaak.



Zijn overlijdensdatum is 16 sept 1944, er is ook een Jan van Prooijen geregistreerd als overleden in Krumbach op 6 sept 1944. In de Arolsen archieven gaat men ervan uit dat het dezelfde persoon is. Hij is door geweld om het leven gekomen. Is er een ongeluk gebeurd? Is hij mishandeld? We weten het niet. Als oorzaak wordt aangegeven, bekkenbreuk, inwendige bloeding en shock.
Krumbach ligt 30 km ten zuiden van Offingen, ook in het district Gunzburg. In Landkreis Gunzburg zijn twee ziekenhuizen één in Gunzburg en één in Offingen. Er is een innige samenwerking tussen de beide ziekenhuizen. Was dat in de oorlog ook al zo en is hij om één of andere reden, bijvoorbeeld plaatsgebrek, vervoerd naar Krumbach?

Hoe het ook is, de volgende mannen zijn niet teruggekeerd naar Nederland.



1. Everardus Rijerse (206), geboren Hilversum 11-6-1923, overleden 17 okt 1944 in Gunzburg. Doodsoorzaak: ondervoeding, een andere bron zegt hartzwakte (Kath. Pfaramt Offingen), een andere bron zegt Rippenfel entzundung (Pleuritis). Hij is begraven in Offingen.

2. Johannes van Prooijen (274), geboren Dirksland 9 juli 1916. Overleden 16 sept. 1944, Krumbach. Oorzaak, bekkenbreuk, inwendige bloeding en shock, begraven in Krumbach, westlichen Friedhof, abteilung 3, nr. 92.

3. Roelof Oosterveen (291), geboren Zuidwolde 20 apr 1920, ongehuwd, overleden 2 april 1945 in Gunzburg, oorzaak emetiritus (braken), hartzwakte, begraven Friedhof Gunzburg, neue Abt I, Reihe 13, Grab 1.

4. Harke Wiersma (315), geboren Leeuwarden 11 jan 1921, ongehuwd, overleden 15 maart 1945, Gunzburg. Oorzaak hartzwakte.

5. Lambertus van der Heijden (213), geboren 9 april 1922 St Oedenrode. Overleden 23 januari 1945 in Gunzburg te Burgau 1, ondervoeding Kachexie (Kath. Pfaramt Offingen). Hij is begraven op de Gemeinde Friedhof in Offingen, Abteilung Ost, 6e Reihe 8e Grab.



Er is zeker één afscheidsdienst geweest in de fabriek in Offingen. Daar zijn, naar mijn vader dacht zonder dat de fabrieksleiding daarvan op de hoogte was, fotos van gemaakt. Dat het om de locatie in de fabriek in Offingen gaat is duidelijk te zien voor wie in de fabriek is geweest. Er is een duidelijk verschil in de kleding van de priester op de foto's te zien, waaruit blijkt dat het om tenminste twee verschillende diensten zou gaan.



Ik heb niet kunnen achterhalen voor wie specifiek de diensten werden gehouden of op welke datum ze zijn gehouden.
Zeker is dat het voor twee van de genoemde 5 mannen moet zijn geweest.